The French Connection

Zeer goed
The French Connection
1971
langspeelfilm
104 minuten
actie

acteur/actrice (5)

Gene Hackman Gene Hackman → Popeye Doyle
Fernando Rey
Roy Scheider
Tony Lo Bianco
Marcel Bozzuffi

regisseur (1)

William Friedkin

producent (1)

Philip D'Antoni

uitvoerend producent (1)

G. David Schine

scenarist (1)

Ernest Tidyman

Wat lijkt op een doorsnee grootstedelijke actiepolicier – zij het er een met een voor 1971 vrij vernieuwende en frisse kleurenbrilkijk op de genrekenmerken van de politienoir uit de jaren vijftig – is in feite een nauwgezette reconstructie van een ware zaak.

Begin jaren zestig beten de New Yorkse politiemannen Eddie Egan en Sonny Grosso zich vast in de door een Franse crimineel geleide drugstrafiek waarbij op geregelde tijdstippen grote hoeveelheden heroïne vanuit Marseille naar New York werden verscheept. Daarvoor gebruikte hij ook de hand- en spandiensten van lokale kleine en grote criminelen. Egan en Grosso slaagden erin een grote levering te onderscheppen en een eind te maken aan de smokkel, en moesten vervolgens toezien hoe de grote garnalen buiten schot blijven. Jean Jehan, het brein achter de organisatie, bleek trouwens een Franse oorlogsheld en persoonlijke vriend van president De Gaulle te zijn.

William Friedkin regisseert het wachten, de surveillances en het kat-en-muisspel met een documentaireachtige look en feel, waarbij hij zich naar eigen zeggen liet inspireren door Costa-Gravas’ Z. Opvallend is dat het enige echte fictieve deel van de zaak nog steeds geldt als een van de beste actiescènes ooit uit de Amerikaanse filmgeschiedenis: de deels geïmproviseerde, spontaan uitgewerkte en zonder officiële toestemming van de autoriteiten gedraaide (auto)achtervolging waarin Gene Hackman jacht maakt op een sluipschutter is en blijft een generatieoverschrijdende brok adrenaline waar geen speld tussen te krijgen is. Al geldt dat eigenlijk voor de volledig film an sich: om deels budgettaire redenen werd er geen enkele set gebouwd voor de productie van The French Connection. Alle scènes werden volledig op locatie in New York opgenomen hetgeen de intensiteit zichtbaar ten goede komt.

Hackman was een van de allereerste kandidaten om de hoofdrol van het op Egan gebaseerde personage Popeye Doyle te vertolken. Friedkin was niet van meet af aan overtuigd, maar heel wat andere kandidaten wimpelden de rol af. Peter Boyle bijvoorbeeld omdat hij het karakter van de film te gewelddadig vond. Ook James Caan en Lee Marvin zeiden neen. Paul Newman bleek te duur, net als Steve McQueen, die sowieso niet wou omdat hij geen zin had om na Bullitt – net als The French Connection geproduceerd door Philip D’Antoni – opnieuw de hoofdrol in een politiefilm te vertolken. Waardoor Hackman – die in de laatste rechte lijn nog Rod Steiger achter hem liet – alsnog de honneurs mocht waarnemen naast de reeds vroeger aan boord gehaalde Roy Scheider. Fernando Rey raakte dan weer per abuis gecast als het Jehan-personage. Friedkin had zijn zinnen gezet op Francisco Rabal uit Luis Bunuels Belle Du Jour. De castingverantwoordelijke dacht echter dat Friedkin Rey bedoelde, en toen bleek dat Rafal geen Frans of Engels sprak, mocht Rey de rol van crimineel meesterbrein alsnog vertolken.

Bijna elke studio wees The French Connection initieel af. Uiteindelijk ging Twentieth Century Fox toch akkoord, zolang het budget maar onder de twee miljoen dollar bleef. Friedkin greep bijna naast de regie omdat de studio iemand wou met meer ervaring. D’Antoni hield echter voet bij stuk, argumenterend dat niemand destijds ook in Peter Yates geloofde als beste keuze voor Bullitt terwijl die uiteindelijk toch de juiste man op de juiste plaats bleek te zijn. Of hoe The French Connection van tegenwindproject evolueerde naar een bonafide klassieker waarin alle bouwstenen perfect op hun plaats bleken te liggen. Niet in het minst voor Friedkin en Hackman die na deze film en het Oscarwinnend succes ervan hun carrière een boostershot gaven.

The French Connection was in Amerika de derde commercieel meest succesvolle film van het jaar en graaide vijf Oscars mee: beste film, beste regisseur, beste mannelijke hoofdrol, beste geadapteerd scenario (Ernest Tidyman) en beste montage (Gerald B. Greenberg). Egan en Grosso waren nauwgezet betrokken bij de productie: naast hun job als technisch adviseur vertolken ze allebei ook een bijrol in de film. In 1975 waren Hackman en Rey te zien in de door John Frankenheimer geregisseerde sequel French Connection II, een vervolgfilm waarin Hackman naar Marseille reist om Rey alsnog te klissen. Een volledig fictief gegeven trouwens, en niet gebaseerd op ware feiten.

In 1986 dook het personage van Doyle ook nog eens op in de televisiefilm Popeye Doyle met Ed O’Neill in de titelrol. Maar de enige Popeye-film die er echt toedoet is deze onverwoestbare klassieker uit het gezegende jaar 1971.

Alex De Rouck

Synopsis

Film over de heroïnesmokkel naar New York en een gemotiveerde rechercheur die er alles aan doet om die te bestrijden.