The Cincinnati Kid

Goed
The Cincinnati Kid
1965
langspeelfilm
113 minuten

acteur/actrice (9)

Ann-Margret Ann-Margret
Edward G. Robinson Edward G. Robinson
Rip Torn Rip Torn
Steve McQueen
Jack Weston
Cab Calloway

regisseur (1)

producent (1)

Martin Ransohoff

director of photography (1)

scenarist (1)

Dat deze integraal in New Orleans en in de jaren dertig gesitueerde film vergelijkingen oproept met Mark Robsons vier jaar eerder uitgebrachte The Hustler hoeft niet te verwonderen. In die film was Paul Newman een gehaaide biljartspeler die een nog gehaaidere speler van de troon wil (mwuhaha) stoten, in The Cincinnati Kid is Steve McQueen een gehaaide pokerspeler die een nog betere speler een poepje wil laten ruiken. Voor de eer en het grote geld natuurlijk.

Toch is The Cincinnati Kid niet zomaar een afleggertje van The Hustler. Het bronmateriaal vonden scenaristen Ring Lardner Jr. en Terry Southern in Richard Jessups roman uit 1963 – al gaf Jessup wel toe voor zijn roman geïnspireerd te zijn door The Hustler. Soit, wat er ook van zij: The Cincinnati Kid heeft genoeg ballen om op eigen houtje een goede film te zijn. Het kon hier en daar nog wel wat snediger en meer uitgediept, maar regisseur Norman Jewison en een boeiende cast – met naast McQueen ook nog Karl Malden, Edward G. Robinson, Ann-Margret, Tuesday Weld en Joan Blondell op het voorplan – houden het allemaal netjes binnen de kaartplooien.

The Cincinatti Kid kon weliswaar een heel andere film zijn geweest. Robinsons rol was oorspronkelijk voorbehouden voor Spencer Tracy, maar die kon de film uiteindelijk niet doen omdat hij toen al veel te ziek was: de enige film die Tracy nog zou doen tijdens zijn laatste levensjaren was de bewuste testamentfilm Guess Who’s Coming To Dinner. Ook in de regiestoel kwam er een switch. Sam Peckinpah was de oorspronkelijke regisseur, maar die werd vrij snel na de start van de opnames door producent Martin Ransohoff ontslagen omdat hij vond dat Peckinpah er een veel te platvloerse film wou van maken. Jewison kreeg de eer hem te vervangen, en die nam alvast de beslissing om de film niet in zwart-wit te draaien zoals Peckinpah van plan was, maar in kleur omdat de rode en zwarte kleuren van de kaarten zo veel beter tot hun recht zouden komen. Tegelijkertijd met Peckinpah verdwenen ook Strother Martin en Sharon Tate uit de film.

Jewison was destijds zeker een opvallende keuze om een sterk karakterdrama te regisseren, daar hij hiervoor enkel maar vier romantische komedies op zijn palmares had staan – waarvan twee met Doris Day. Voor Jewison een opstap naar (veel) meer dus deze The Cincinatti Kid waaronder een tweede samenwerking met McQueen drie jaar later in The Thomas Crown Affair. Uitsmijter voor liefhebbers van trivia en censuurgerichte nieuwtjes: de hanengevechtscène werd zo goed als integraal weggeknipt in de Britse versie.

Alex De Rouck