Film Fest Gent: een greep uit het programma (1)

Film Fest Gent: een greep uit het programma (1)
14/10/2014

Filmpjes kijken op het Film Fest Gent: dagelijkse realiteit gedurende de komende twee weken. Hier is alvast een eerste oogst:

The Loft

An Epic 65 Years In The Making. Of waren het er toch maar vier? Er is al zoveel geschreven over het hobbelige releaseparcours van Erik Van Looys Amerikaanse remake van zijn Vlaamse superhit uit 2008 dat een mens er zowaar de tel zou van kwijtraken. Maar nu is het dan eindelijk zover: “The Loft” loopt – drie jaar na de opnames - eindelijk in de cinema. Eerst in ons land met de wereldpremière op Film Fest Gent als startschot, vanaf januari ook in Amerika. Wie de beide versies ziet – de Nederlandse remake laten we gemakshalve even buiten beschouwing – zal maar weinig verschil merken. De acteurs zijn anders ja, maar de plot is bijna scène voor scène gekopieerd. Enerzijds begrijpelijk – het is niet zo dat er op het einde van de rit plots een andere moordenaar opduikt – maar anderzijds toch ook wat jammer. Wie het Vlaamse origineel kon smaken zal in principe ook direct mee zijn met deze eveneens vlot in beeld gebrachte remake. (**1/2)

Violet Slow cinema: niet iedereen moet er van weten. Ook niet als het van eigen bodem is. Op de een of andere manier lopen er in Vlaanderen heel wat cineasten (m/v) rond (Fien Troch, Caroline Strubbe, Benny Vandendriessche …) die zich bekwamen in films die vooral visueel tot de verbeelding spreken en waar eigenlijk niet zoveel in gebeurt. En als er iets gebeurt is het bijna uitsluitend op een introspectieve manier. Bas Devos mag zich na zijn debuut “Violet” ook in dat lijstje scharen. Als vormelijk experiment heeft dit zeker kwaliteiten: “Violet” is een aaneenschakeling van statische scènes waarmee Devos binnendringt in de leefwereld van de vijftienjarige Jesse (César De Schutter) die toeziet hoe een van zijn vrienden sterft nadat die het slachtoffer wordt van zinloos straatgeweld. Jesse wordt zo goed en kwaad als het gaat opgevangen door zijn andere vrienden waarmee hij een BMX-passie deelt, maar weet niet altijd hoe hij met het verlies en het trauma om moet gaan. Dat Devos met zijn hermetische debuut her en der vergelijkingen oproept met het werk van Gus Van Sant (“Paranoid Park” op kop) hoeft alvast niet te verwonderen. (**)

Black Coal, Thin Ice Liefhebbers van Aziatische/Chinese cinema doen er dit Film Fest zeker goed aan om “Black Coal, Thin Ice” van Diao Yinan een kans te geven. Al was het maar omdat die film op het jongste festival van Berlijn met twee topprijzen aan de haal ging: de gouden beer voor beste film en de zilveren beer voor beste vertolking. De thrillerplot rond een seriemoordenaar lijkt op het eerste zicht potent genoeg om ook mainstreamthrillerfans te onderhouden, maar Yinan ziet de plot eerder als een middel om een vrij deprimerend verhaal te vertellen waarin de harteloosheid van het huidige China weinig flatterend in beeld wordt gebracht. “Black Coal, Thin Ice” is minder toegankelijk dan je op basis van de premisse zou denken – dit is zeker geen Chinese “Seven” om maar iets te zeggen – en dan ook eerder een misdaadfilm voor de arthousegoegemeente dan voor jan modaal. (**)

Devil’s Knot De zaak rond de West Memphis Three werd eerder al uitvoerig gedocumenteerd in drie documentaires van Joe Berlinger en Bruce Sinofsky, en zelfs Peter Jackson produceerde met “West Memphis” een docu over de gebeurtenissen en de nasleep ervan. En nu is er dus ook een speelfilmadaptatie, gebaseerd op een in 2002 verschenen true crime boek over de zaak. In 1993 worden in West Memphis drie kinderen vermoord. De autoriteiten arresteren vrij snel drie lokale heavymetaltieners die worden gelinkt aan satanisme. Bewijsmateriaal was er nooit (dubieuze getuigenissen niet meegerekend), maar toch werden de drie tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Volledig onterecht, zo bleek. “Devil’s Knot” biedt ontegensprekelijk meer dan genoeg stof om vier documentaires te vullen, maar binnen een tijdsbestek van twee uur wordt alles onvermijdelijk gecondenseerd. Na een sfeervol begin moet Atom Egoyan (hier duidelijk aan boord als ingehuurde regisseur en niet als passionele auteurfilmer) de rol steeds meer lossen, en schipperen tussen de twee ijkpunten in het verhaal: Reese Witherspoon als de moeder van een van de vermoorde jongens en Colin Firth als een onderzoeker die van meet af aan in de smiezen heeft dat het onderzoek stinkt. Wat resulteert in een mengeling tussen melodrama en nagespeelde rechtbankgetuigenissen, inclusief duidende tussentitels. “Devil’s Knot” is ontegensprekelijk competent gemaakt, maar de materie krijgt binnen dit format amper kans om echt tot op het bot te gaan. Geen concurrentie voor de vier documentaires dus. (**1/2)

Reality Van een man die ooit een film draaide over een moordende autoband, hoef je natuurlijk geen kant-en-klare cinema te verwachten. Integendeel: het oeuvre van Quentin Dupieux wordt per titel absurder. “Reality” is inmiddels zijn vijfde langspeler, en zijn meest volgroeide en technisch beste. De plot uit de doeken doen heeft geen zin: dit is niets meer dan een droom in een film in een droom in een film in een droom-structuur vermomd als droogkomische mindfuckparodie. Dat het werkt komt in grote mate door de originele invalshoeken (een van de plotankers is een everzwijn met een videocassette in zijn maag), de panache waarmee de acteurs doorheen dit spektakel paraderen en de gezellige retrovibes waarmee Dupieux de prent doorspekt. Ook de vondst om de soundtrack op te hangen aan een dreigend fragment uit Philip Glass’ “Music With Changing Parts” uit 1970 levert stemmige taferelen op. Je zou “Reality” kunnen omschrijven als Lynch meets Cronenberg maar eigenlijk is het gewoon Dupieux meets Dupieux. Paddocinema in plaats van popcorncinema: het is eens iets anders. (***)

Alle info over tickets en vertoningsuren op www.filmfestival.be . The Loft draait inmiddels niet meer op Film Fest, maar is vanaf 15 oktober in geheel Vlaanderen te bekijken tijdens de normale programmatie.